Theo Wolvecamp, citaten van de kunstenaar
vertaling en redactie: Fons Heijnsbroek

Wolvecamp, Theo


Ik begin met een kleurvlak, met de materie; ik weet niet waar ik heen zal gaan. Ik improviseer, en tijdens de bijna automatische handeling van het schilderen begin ik me vrij te voelen.

De suggestie die uitgaat van de materie zet de creativiteit tot werkzaamheid aan. Het is de ontmoeting met de ruwe materie die mij de vormen en ideeŽn suggereert. In de stroom van een spontaan levensgevoel neemt dat wat in me leeft vorm aan. Het activeren van de scheppingsdrang zie ik als de voornaamste taak.

Uitgaande van de materie tracht ik te komen tot een levensexpressie in devorm van een schilderij dat niet alleen een bouwsel is van kleuren enlijnen, maar waarin een spontaan humaan sentiment een overwinning is op de materieen op ieder esthetisch begrip.(1955)

De tegenstelling figuratief-abstract heeft voor mij geen enkele waarde (zie ook De Kooning, fh)evenmin de klank mooi of lelijk. Het gaat om realiteit, niet om de wijze waarop zij in een vorm gestoken wordt. Wat ik met mijn ogen waarneem speelt indirect een rol, maar het gaat indirect om een levenshouding. Soutine schildert een dorpsidioot of een mistral in Ceret. Maar het was altijd weer een zelfportret, een levenshouding, een levensexpressie, een spontaan levensgevoel. (1961)

Het gaat erom die realiteit die in je leeft op een universeel plan tebrengen. Van Gogh heeft zijn persoonlijke waarheid, die onbewust ook bij de massaleeft, op een universeel plan gebracht. Dat maakt ook een Rembrandt toteen grote figuur, tot een universele persoonlijkheid. Daarom vind ikDubuffet in onze tijd zo belangrijk; zijn realisme heeft een enorme brede basis.Daarom heeft zijn werk een grote levensvatbaarheid. (1969)

Ik werk met dat felle vuur en dan zie ik dat het schilderij toch weer eenchaos wordt. Vroeger verlangde ik ernaar om met een nieuw en schoon doek tebeginnen maar het leverde niettemin een hoop chaos op. Dan stak ik er debrand in. (1984)

Ik streef niet naar een 'belle peinture' in de zin van esthetiek maar naareen 'peinture' die iets vertelt. Het verhaal zit in de verf. Ik schetsimproviserend met kleur en daarin begin ik de verf te zetten. Soms gebeurt dat snel maarvaak schilder ik het hele doek dan weer over (zie ook Picasso, fh) zodat er hier en daar iets vande materie zichtbaar blijft. Dan bouw ik het verder op. Het grote doek in het Frans Hals Museum is op die manier ontstaan. Ik heb het toen op de grond gelegd en ben er met een stok en paletmes in gaan werken. Dat schilderij werd een grote rotzooi. Ik ben er toen in gaan vegen met een doek en heb stukken geglaceerd met dunne verftonen. Toen zag ik het. Er doemden vormen op uit de materie. (zie ook Miro, fh) Daar ben ik toen op doorgegaan. Het is de materie die reflecteert op je gevoel en die je ideeŽn en vormen suggereert die jeweer aanzetten tot activiteit, waardoor je tot een vormgeving komt. (1984/85)

Ik sla met een stok en het wild komt tevoorschijn. Zoiets speelt zich ookbij het schilderen af. Het komt van binnenuit (vgl Pollock, fh) en toch gaat het buiten je om.Natuurlijk oefen je een zekere controle uit maar toch is het steeds opnieuween avontuur waarvan je niet weet hoe het afloopt.(1984)

Het gaat altijd om de uitdrukking van gevoel die bij zoveel mogelijk mensenweerklank vindt. (1984/85)

De tragiek in het werk van Soutine heeft me altijd bezig gehouden. Drama komt voort uit intellect, maar tragiek is een instinct. Dat schat ik het hoogst. (zie ook Rothko, fh) (1984)

Er zijn van die momenten dat een doek me de strot dichtknijpt. Dat is eenteken dat ik het schilderij niet overwonnen heb en de materie niet ondergeschiktheb kunnen maken aan mijn geest of hoe je het ook noemen wilt. Dat er niet inzit wat ik er in wil hebben. Dat maakt me benauwd en depressief. Dan zet ik zo'ndoek een dag of veertien aan de kant tot het weer helemaal droog is en danga ik er weer op verder. Ik werk ook op meerdere doeken tegelijk. (1984/85)