Een lichtspleet voor Vincent

Het arme licht in het Van Gogh museum te Amsterdam

door Joan Homacher

Bij het bezoeken van het Van Goghmuseum moet ik meteen denken aan de vele middeleeuwse abdijen langs de pelgrimsroute op weg naar Santiago de Compostella (het 'sterrenveld', legde een deskundige mij onlangs uit). Allen tonden ijverig hun heilige beentjes en botjes aan de grote massa's pelgrims die hun kerk aandeden. Zo kijk ik naar de resten van Vincent. Is dat eerlijk/ Blijkbaar wel want de vergelijking gaat nog verder op, want evenals de Romaanse kerken graag hun heiligdommen en relieken in het halfduistere kerklichaam tentoonstelden, waarlangs de pelgrims vol ontzag schuifelden onder begeleiding van koorzangen door de monniken, zo weert ook het Van Goghmuseum het daglicht uit hun tempelgebouw en meent dat het zijn kunstwerken en relieken onder stabiel ingehouden kunstlicht moet tonen, in combinatie met een bezwerende koptelefoon op de oren die ons scandeert wat we moeten zien. Zo schuifelen we op onszelf teruggeworpen in de moderne catacombes van het Van Goghmuseum langs de zorgvuldig bewaarde relieken van Vincent van Gogh.



Ze zijn daar aan het ruime Museumplein werkelijk lichtschuw, terwijl de architect Rietveld toch redelijk zijn best heeft gedaan om het gebouw het noodzakelijke daglicht te geven. En ook de Japanse architect van de uitbreiding had zijn positieve idee over daglicht. Direct onder het overhellende buigende dak heeft hij over de gehele breedte van het bouwsel een prachtige zachtgebogen lichtspleet geplaatst, waarmee het wisselende daglicht tot twee verdiepingen diep zou kunnen binnenvallen om zich daar met eventueel aanvullend kunstlicht te mengen. Maar niets daarvan! Men vond het wijzer om deze lichtspleet geheel dicht te plakken. Slechts een goor, schamel, uitgebeend kunstlicht is ons beschikbaar gesteld waarin we de meestal impressionistische schilderijen moeten bekijken. Uitgewogen en uitgebalanceerd is dit licht; dat kan niemand ontkennen. Maar zo kijken we wel naar lijken.

Kunt u het zich voorstellen? De impressionisten, de schilders van het vlietende licht? Wat hebben ze niet opgeofferd om dat te vangen. Lees de wanhopige brieven van Monet aan zijn geliefde wanneer de stormen het hem onmogelijk maakten zijn schildersezel buiten te zetten op het strand bij Honfleur, en hij in een dakhotelkamertje moest wachten op betere dagen. Terwijl zijn vingers jeuken om het licht uit de jagende luchten te vangen. Lees in de brieven van Vincent aan zijn broer Theo en kijk naar het brute wisselende zonlicht in zijn werk. Of heeft het Van Goghmuseum gemeend dat de zon voor Vincent altijd hetzelfde scheen, daar bij Arles? Wat men in het museum naar beste vermogen dient te imiteren door stabiel gehouden kunstlicht? Maar waarom zo dunnetjes dan? Alsof het diamantjes zijn die licht weerkaatsen? Of wil men de internationale pelgrims behoeden voor het grillige wisselende Hollandse licht? Maar hoezo dan? Hoezo is het geen voorrecht om de vele stillevens van Vincent, of de opengeslagen bijbel, of ook het nachtcafé te bekijken in het verglijdende schemerlicht van een regendag, of onder het wisselende licht van een jagende herfsthemel. Dat is ten minste een ervaring die je als pelgrim mee naar huis kan nemen. Je bent werkelijk in Nederland geweest, het echte Nederland. En daar hangt Van Gogh, en je hebt werkelijk de Van Goghs gezien.

Waarom denkt men aan het Musemplein dat een schilderij straffeloos onder stabiel gehouden licht (want daar gaat het praktisch om) opgehangen kan worden, met het idee dat we het nog over hetzelfde schilderij hebben dat van Gogh bijvoorbeeld rondom Arles schilderde in de open lucht? Alsof een schilderij slechts een dood steriel constant kleurding is. Het echte werkelijk door Vincent geschilderde schilderij, onder de open hemel is op die manier immers allang verjaagd onder het kunstlicht. Verdwenen, ertussenuit geknepen, gevlucht om zijn hachje te redden. Een schilderij is geen tam konijn! Het is een haas en heeft lange oren en poten!

Slechts uit meelij met ons heeft het echte schilderij zijn droevige evenbeeld in het uitgewogen en bleke museumlicht -want daar kan het schilderij verder niets aan doen-, voor ons achtergelaten. Er was immers geen adem van de werkelijkheid meer mogelijk. En leven is adem, de eeuwige wet. Denk niet dat een schilderij daaraan ontsnapt. Je moet je trouwens toch niet voorstellen, dat Vincent zijn doeken schilderde onder het bleke en dunne stabiele kunstlicht van een zich teder openvouwende lentehemel? Dat het landschap hem zó had kunnen roepen en inspireren, beschenen onder stabiel kunstlicht? Als je ruim honderd jaar daarna zijn schilderijen ophangt, dan dien je loyaal te zijn aan de schilder. En zeker als je zoveel verdient met zijn werk.

Laat het Van Goghmuseum niet zeuren met argumenten van kunst tentoonstellen of kunstbehoud. Hun eigen collega's geven voorbeelden hoe het anders kan. In München is kort geleden de nieuwe Pinacotheek geopend, waar het daglicht op alle mogelijke manieren het museumgebouw binnen mag en zelfs moet vallen. Door een glaskoepel van 25 meter boven de centrale ronde hal van twee verdiepingen en door de vele hoge ramen in de betonnen zijwanden van het gebouw. Natuurlijk wordt het buitenlicht gefilterd en gestabiliseerd. Maar niet vies weggeplakt en verduisterd, zoals aan het museumplein. Vies doen ze daar met de Van Goghs, gewoonweg vies. En dat in het land waar generaties landschapschilders het werkelijke licht hebben aanbeden in hun werk.

Waar gaat het in wezen om? Het gaat er in wezen om dat een schilderij de kracht en het vermogen heeft om zich op vele verschillende manieren te manifesteren aan ons. Doordat het in relatie leeft met de wisselende werkelijkheid. Zo bestaat er niet 1 schilderij 'Atlantic Sealight' van Willem de Kooning; nee, er bestaan tientallen! Elke keer weer als voormalig directeur Fuchs het impressionistische doek ergens anders liet hangen in zijn museum -en dat deed hij zeer regelmatig- zag ik een nieuw 'Atlantic Sealight' Maar zelfs al ga ik op een vaste plek een kwartiertje voor dit doek zitten (ja, ik weet het heren van het Van Gogh-: dat stelt u niet op prijs, er moet bij u doorgeschoven worden in de ritmes en cadansen van de koptelefoon, anders wordt de doorstroom te langzaam en ontstaat er filevorming en vertraging) dan zie ik nog bij een wisselende lucht met schuivende wolken binnen in het museum tientallen 'Atlantic sealight-schilderijen ontstaan en weer verdwijnen. Een schilderij laat nu eenmaal het meest intieme van zichzelf zien wanneer het levende daglicht het antwoordt met over het doek te stralen en daar de verfpartijen doet trillen van ontzag voor de hand van de schepper, die niet genoeg kan krijgen van scheppen en herscheppen.

Joan Homacher