Vrouwe Inspiratie in de moderne kunst

- voor kunstenaars en andere ge´nteresseerden -

Fons Heijnsbroek


Dat vraagt overgave

Als kunstenaar moet je een overdadig bewuste strateeg zijn van het eigen creatieve vermogen. Want de scheppende kracht in de gedaante van 'Vrouwe Inspiratie' rust sluimerend op de bodem van de put, in het midden van de aarde. En ze wordt slechts wakker wanneer zij het wil. Terstond gaat ze dan scheppen: nieuwe werkelijkheid. Ze kan immers niet anders!
Dat vraagt overgave van de kunstenaar, en helderheid van gemoed te midden van de voortdurende verwarring die hem belaagt. Slaapt ze nu? Hoor ik haar goed? Of is ze wakker en vloeit ze over? Of: ben ik het slechts zelf, die ik hoor? Of denk ik haar te horen omdat ik zo naar haar verlang? Is ze er überhaupt wel, of is ze allang uit de put gekropen terwijl ik sliep? Heb ik het niet verpest bij haar omdat ik haar gisteravond zo vreselijk vervloekte?


Allemaal onschuldige vragen die we ons als kunstenaar stellen, die echter zo gevaarlijk zijn, omdat we voor het goede antwoord over de rand van de put willen kijken. En vooral willen we haar gezicht zien, wat van een buitenaardse schoonheid moet zijn, al duizenden jaren bezongen en verheerlijkt. En we weten tegelijkertijd zo goed dat we het niet moeten doen. Niet kijken!! Vooral niet kijken, want dan verliezen we juist haar aanwezigheid. En dan is het vol angst en beven wachten of ze ons wil vergeven, en weer terug wil komen. Als kunstenaar moet je eigenlijk je hele leven lang niet in de put kijken en slechts wachten op haar wakker worden. Maar ja, we zijn maar mens; wie kan dat offer opbrengen? En vooral als de dag dan zonder haar zo schurend lang gaat duren en we wanhopig toch over de rand gaan gluren. Wat zien we dan? Een zwarte putbodem met een laagje water waarin we kristalhard ons eigen gezicht gespiegeld aankijken. En vrouw Holle, die is weg: schuw voor gluurders.
 

Niet kijken, vooral niet kijken

Van Gogh wist veel vooraf

Sommigen van ons kunnen deze vreselijke teleurstelling niet verdragen en beelden zich dan als troost in dat ze zelf Vrouw Holle zijn, of dat ze in ieder geval een wonderbaarlijk contact met haar hebben, en daarom als uitverkorene bijzondere bronnen krijgen overgedragen, zoo zeggen ze tenminste... .Anderen gaan naast de put verdrietig knutselen met het natte zand, in de hoop dat ze straks er toch wel weer zal zijn, of wakker wil worden. Het geeft immers al troost om in de buurt van de heilige bron te blijven, het middelpunt van de schepping.. Wie allemaal hebben niet van haar gedronken: Rilke, Bernardus van Clairveaux, Baudelaire en Corot, ja zeker de grote nestor Corot! Rilke heeft over van Gogh gezegd dat ie teveel over de rand van de put heeft gekeken, waar Cézanne dat juist niet heeft gedaan en zijn neiging bedwong in het stugge geduldige werken.. Ik weet niet of dit oordeel helemaal eerlijk is, maar waar is waar: Van Gogh wist veel vooraf. Het is duidelijk dat Cézanne schilderde en schilderde, en daarin kon wachten, totdat de Vrouwe wakker wilde worden en zijn werk wilde inblazen. Met groot resultaat overigens. En hij heeft daarbij beslist niet verzuimd om ondertussen zijn eigen inzichten op te bouwen.


En Van Gogh wist inderdaad over zijn nog te schilderen doeken erg veel. Uitvoerig zette hij in zijn brieven aan Theo zijn voornemens voor de volgende dagen en doeken uiteen, met kleuraanduidingen, volumes en al. Van tevoren al kon hij de effecten daarvan beschrijven en zich erop verheugen om de partijen te schilderen. Zijn doeken zijn daardoor wat aan de programmatische kant. Maar dat aspect werd natuurlijk wel extra fors aangezet door die vroege vervalser, de zoon van de dokter Cachet, die al in het begin van de twintigste eeuw ijverig een aantal in zijn bezit zijnde doekjes een beetje stijfjes zat na te penselen en ze voor echt verkocht. Waardoor het leek alsof Vincent meermalen meerdere studies achter elkaar maakte om de uitgedachte variaties in kleur uit te proberen. Maar ja, ook Cézanne wist wat van series! Rilke was toch waarschijnlijk wat bevooroordeeld. Onder de indruk van de werkkracht van de oude meester.

...een beetje stijfjes zat na te penselen...

En Rilke zelf, wat die met de Vrouwe had? Ik vermoed dat hij zelf nooit over de put heeft hoeven kijken. Deze sensibele ontvanger die al door de lichtste windjes werd geroerd, kon de luchtgolfjes al voelen boven, wanneer zij zich in haar sluimer omdraaide op haar andere zijde, waarbij ze zachtjes zucht. De ontvankelijke dichter die het open blijven staan van een bloemkelk in de nacht als een verscheurende tragedie onderging en ons beschreef. Een blik op de Vrouwe, dat had hij niet overleefd. Dat wist ie zelf te goed. Met blindheid zou hij op zijn minst zijn geslagen.

Fons Heijnsbroek