Google +1

Bevrijdingsdag in Amersfoort

oorlogs-herinneringen van de schilder Paul Werner


Na enige dagen van angstige spanning hoorden we in de verte weer het donderen van de artillerie. Amersfoort was omsingeld en de O.L. Vrouwetoren lag onder vuur. Op zondag hoorden wij tijdens de Hoogmis in de Elleboogkerk (O.L. Vrouw ten Hemelopneming officieel) een enorme klap: een inslag vlakbij of op het dak? De leistenen lagen in de steeg en de pastoor eindigde ineens de dienst: 'Ga allemaal vlug naar buiten.' Wat was nu de oorzaak: de Duitsers hadden een pop op de bovenste omloop van de toren gezet als afleiding alsof daar een waarnemer stond. Je kon kijken tot aan Bunschoten en Spakenburg, waar de tanks al oprukten. Toen kwamen in de straat pamfletten uit de lucht dwarrelen: 'Das ist das Ende: Kapitulation' uitgegooid door Engelse vliegtuigen voor de Duitse soldaten.

Op 5 mei, de dag dat de capitulatie werd getekend in Wageningen, gingen wij de stad in en op de Varkensmarkt kwam ik met mijn zusje Elly bij mij, jongens van de hoogste klas gymnasium tegen met een Hollandse vlag. Wij sloten ons bij de zingende groep aan: Oranje boven roepend. Tegen acht uur toen nog geen Canadees te bespeuren was, verscheen er een Duitse open auto, bemand door star kijkende SS-soldaten. Een officier riep, terwijl een machinegeweer dreigend omhoog stak met patronenband erop: 'Sperrzeit, um acht Uhr sofort nach Hause!' Maar niemand gaf gehoor aan dit bevel en ineens hoorden we ratelen van een salvo van het machinegeweer en de menigte vluchtte in paniek alle kanten uit. Ik pakte mijn zus als een brood onder de arm en rende de Krankeledenstraat in, waar een deur open stond een huis binnen, waar de gang propvol mensen stond.

Toen het schieten was afgelopen, lagen de straten vol met damesschoenen, tassen etc. en toch moesten we zien thuis te komen. Ik rende met Elly nog steeds onder mijn arm de Singel op, van portiek tot portiek springend, want ondertussen was de ondergrondse boven water gekomen die zich in het gevecht mengde. Ik kwam een jongen van ons gymnasium tegen, Piet Thulen, ongeveer 16 of 17 jaar, met een stengun om zijn nek, richting binnenstad lopend. Zij wilden de SS ontwapenen, wat voorbehouden was aan de Canadezen. Dat ging goed fout, overal maakten de Duitsers jacht op BS-ers met Hollandse driekleur om de arm en overal hoorden wij schieten. Er zijn helaas nog de laatste dag in Nederland onnodige doden en gewonden gevallen.

Bij het plantsoen van Monnikendam (Waterpoort uit de middeleeuwen) was de kust veilig en bereikten we de Frederik van Blankenheimstraat. Op de hoek was een kerkje van een protestantse gemeente waar een groepje verzetsmensen een kanonnetje in mekaar stonden te schroeven. Te gek voor woorden. Van de andere kant naderde een vrachtauto met gewapende Duitsers die het vuur openden. Op tijd renden wij de voordeur binnen en mijn vader zei geschrokken: 'God, jongen, blij dat je er bent.' In het gangetje naast ons huis stond een Duitse soldaat te schieten op vluchtende verzetshelden die over de muur van Hindriks de bunkerbouwer klommen, hun wapens en overall weggooiden en in onderbroek de benen namen. Wij stonden op het balkon achter dit tafereel op te nemen, tot grote ergernis van mijn vader, die riep: 'De kelder, stomkoppen!'

Onder deze en soortgelijke omstandigheden stond mijn moeder altijd in de keuken met een pan op haar hoofd. 'Ik moet toch de soep in de gaten houden', zei ze lachend. Toen zaten wij ook in de kelder te bidden, op aanraden van mijn pa.

Dat was de eerste dag. Pas de volgende ochtend riep iemand: 'De Canadezen zijn vlakbij!' en bij het plantsoen zag ik een jeep met telefoondraden, die door ongewapende Canadezen aan de bomen werden gehangen. Daarna renden we de stad in, waar eindelijk de tanks via de Kamperbinnenpoort binnenreden: de 'Courage' en vele anderen, bren-carriers, waarop we klommen en de stad inreden. Dit zou dagen duren. Een feest zoals ik me herinner zoals ik het nooit meer zou beleven.

Alleen vergeet ik te vermelden dat vele moffenmeiden werden kaalgeschoren, N.S.B.-ers werden uit huis gehaald, o.a. onze WA-buurman, onze tandarts (een aardige man trouwens, alleen zijn vrouw was erg pro-Duits geweest). Wij schrokken wel af en toe van het geweld.

Om de hoek van onze straat was een groentewinkel geweest, waar weinig meer te koop was de laatste maanden, en die bleek vol te staan met gipsen koppen van Hitler en Mussert. Wij plunderden de zaak en zetten de koppen op de stenen muurtjes van de voortuin, maakten er een gaatje in, stopten er slagpijpjes in die we op de Leusderheide uit granaten hadden gehaald en lieten ze ontploffen.

redactie: Graag een mail naar de redactie, bij verdere vragen aan Paul Werner of als u belangstelling hebt naar hem te reageren. Die wordt dan fysiek doorgegeven aan Paul Werner.
Wilt u afbeeldingen zien van gouaches en / of litho's van Paul Werner, klik hier


=_self">klik hier