Het expressionisme van Paul Werner


Fons Heijnsbroek


Er zijn schilders die niet hebben te doen dan hun eigen temparement te volgen. Ze moeten handen en ogen de vrije loop laten om een nog ongevormde fantasie op de wereld te zetten: in een gestalte zichtbaar te maken. Van die kunstenaars zeggen we dan: hij of zij is trouw gebleven aan zichzelf. Niet de markt heeft gewonnen, niet de esthetische claim of het zuigende verlangen naar geruststelling en gemoedsrust. Hij kan niet anders dan zo schilderen zoals het komt! Er moet slechts genoteerd worden wat zich aandient. Daarbij hebben de schildersogen en -handen die het schilderij maken tientallen jaren lang geoefend: ze zijn een ongedeeld span geworden. En de ogen die naar binnen kijken zijn uiterst sensitief. Paul Werner is zo'n kunstenaar.

Doordat zijn grote schilderliefde bij Van Gogh en Soutine is te vinden, wordt het bovenstaande bevestigd. Schilders ruiken het bij elkaar: de bewogenheid, de gevoeligheid, de waarheid, zowel in het hart als met de kwast. Beide schilders staan voor een expressionistisch en intens transformeren omzetten van de werkelijkheid. Het gemoed moet zijn rol spelen, maar ook het geweten spreekt stevig mee. Er dient waarheid te ontstaan: waar-zijn! Paul Werner herkende dit streven gedurende zijn gehele schildersloopbaan bij Soutine en Van Gogh, tot nu aan toe. Het zijn ‘zijn’ tweegroten!

Ik ben van een jongere generatie dan Paul Werner, maar ik begrijp desondanks goed wat het betekent dat hij al vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw in het schilderende Amsterdam een van de weinige jonge kunstenaars was die bewust koos voor het landschap en voor de figuratie. Geen neo-Cobra, geen schilderen in het laboratorium, geen emotionele abstractie. Het waren meestal het hevige landschap en de maatschappelijke zaken die de bewogen invoeling van Paul Werner opeisten. Daartoe beperkte hij zich als vanzelf. Het is ook anders te zeggen: hij bleef trouw aan zijn onderwerp, aan die delen van de zichtbare, tastbare wereld die hem fascineerden en hem riepen. Waar bij een aantal collega's de pure schildersdrift het won, zodat vaak het onderwerp zelf werd weggedrukt door het tumult van de verf en de emotionele bewegingen, was voor Paul Werner de grens genaderd voor zijn eigen schilderkunst. Ook als het schildersonderzoek het ging winnen en de verfexperimenten het gekozen stuk werkelijkheid afdekten, deed Paul Werner als vanzelf een stap terug om het gekozen motief te beschermen en in zijn werk overeind te houden. Zowel de ratio met overweging mocht in zijn schilderen niet eenzijdig de hoofdrol gaan spelen, noch het allerverslindende, mateloze gevoel. Ook dat herkende hij bij Soutine: de grens en de afbakening waarbinnen hij schilder wilde zijn en waarin zijn gevoel de afgegrensde taak had om het schilderen emotioneel aan te sturen. Paul Werner is te zien als een moderne, figuratieve, expressionistische kunstenaar; in mijn ogen is hij op geen andere manier te typeren.

Paul Werner houdt intens van het leven en zijn vele krachten. Hij heeft deze ook altijd opgezocht. Daarom is zijn schilderkunst nooit cynisch of macaber geworden, hoe zwaar een schildering van hem soms kan zijn. Want natuurlijk moet zijn expressionistisch schilderen van tijd tot tijd de sombere en desolate kanten van het leven raken. Nooit krijgen de destructieve krachten echter zijn kwast permanent in hun greep, ook al moet hij ze naderen en vorm geven. Want natuurlijk is het onvermijdelijk dat hij met zijn gevoelige intuitie de grote levensgeheimen kans geven om zich in zijn kunst te kunnen uiten. In de rotsformaties van zijn vele Bretonse kunstlandschappen zijn bijvoorbeeld machtige fantasiewezens te herkennen: demonen, giganten of andere fundamentele, vernietigende of opbouwende krachten. Maar in het kusttafereel in zijn geheel woont geen gestolde demonie omdat de levenskracht het uiteindelijk wint.

Het is met name in de schilderingen van de genoemde rotsformaties dat ik de laatste tijd ontdek hoe ongelofelijk transparant het schilderen van Paul Werner kan zijn. Natuurlijk helpt de snelle gouacheverf hem daarbij, die immers alert en scherp laat noteren. Ook zijn emotionele, nerveuse toets doet hierin mee, maar deze wordt ondanks alles onmiskenbaar ruimtelijk aangestuurd. Er is in zijn gouaches nauwelijks massiviteit van vormen te vinden die zich introvert afsluiten van de rest van het schilderij. Ook geen vormen die zich hard en gesloten neerzetten in het vlak, afgescheiden van de rest. Wonderlijk open staan zijn geschilderde rotspartijen uit de zeezichten en kustentaferelen uit Bretagne. Rotsen die op papier als het ware opnieuw zijn opgebouwd in een intuďtieve, transparante architectuur. Ze verbinden zich vanzelfsprekend met de lucht en met de woelingen van het water. Water en lucht zetten zich moeiteloos in hen voort en hun krachten worden er tijdelijk in opgeslagen. Is het toevallig dat ik al snel aan de dominante demonen van Max Ernst moet denken? Dreigend en zwaar staan zij op de horizon van het leven tegen een dichtblauwe lucht. Maar in de gouaches van Paul Werner staan de demonen niet grotesk overeind. In zijn kustlandschappen spoelen ze mee, heen en weer met de schuimende golven. Ze huizen slechts tijdelijk in hun rotsgedaante, om kort daarna weer in het licht te springen en mee te gaan. De impressionistische inslag van zijn werk is werkelijk de weerslag van de bewegingen van het leven. De demonische kracht wordt weliswaar onderkend, maar het dynamische leven is sterker. De grote adem van het leven wint het bij Paul Werner van de gestolde macht.


Om meer kunst - grafiek en gouaches op papier - te zien van Paul Werner: klik hier




stuur een e-mail
.

>