Industriecultuur
in het Roergebied

reisverslag van Industriepark Duisburg Nord en Bergbau museum in Bochum, van Els Bannenberg


Op amper een uur rijden van Amsterdam ligt een interessant gebied voor liefhebbers van industriecultuur: het Roergebied! Vaak passeer je zo’n gebied op weg naar een verder weggelegen vakantiebestemming. Na enkele keren het voornemen te hebben gemaakt er eens te stoppen en rond te kijken, hebben we het ook eens een keer echt gedaan......en ervan genoten.

Hoogovengebied te DuisburgHet Roergebied ligt vlak achter de Nederlandse grens. Het is een zachtglooiend landschap dat ten noorden en zuiden begrensd wordt door de riviertjes Lippe en Ruhr en in het midden ook doorsneden wordt door een oost-west stromende rivier. Ten westen ligt de Rijn met Duisburg als grote havenstad.
In de Middeleeuwen vond men hier al steenkool aan de oppervlakte, maar pas in de 19e eeuw veranderde dit landschap van kleine dorpen tussen bossen en agrarische gebieden in een zwarte industriehel. Sindsdien is het hele landschap veranderd: bergen ontstonden door afvalgesteente uit de mijnen, dalen ontstonden doordat de aarde inzonk. De stad Essen schijnt zo’n 30 meter gedaald te zijn.

Sinds de jaren 60 en 70 zijn ook hier de meeste steenkoolmijnen gesloten, en is industrie die er mee samenhing verdwenen. Tien jaar geleden is men begonnen al deze zwarte wonden te genezen door er maatschappelijke functies aan te geven en met name veel terreinen te ontsluiten voor toerisme.
Dit zijn uiteraard niet de lieden die alleen maar graag in de zon liggen. Deze mensen houden van lopen, kijken, proberen en combineren. Je komt ze overal tegen: in Engeland, België Frankrijk, overal waar ooit de Industriële Revolutie heeft toegeslagen. Iedereen heeft zijn of haar eigen invalshoek: technisch, historisch, sociologisch, nautisch, en zelfs de natuur!

Het Roergebied is een luilekkerland. Onder de wervende naam “Der Pott kocht” (dit slaat op het moment dat het ijzer in de hoogoven gesmolten is en uitgestort kan worden, maar betekent in het Duits ook dat het ergens bruist) bieden alle steden en dorpen hun bijzonderheden aan. En dit gebeurt op een heel aardige manier, met veel mooie folders, ook in het Nederlands. Bij de toeristeninformatie in Essen spreekt men ook Nederlands. Er is een goede plattegrond van het hele gebied. Door het hele gebied loopt een fietsroute van meer dan 200 km waarbij men allerlei bezienswaardigheden aan doet en onder weg kan overnachten. Bed and breakfast is mogelijk, maar er zijn ook jeugdherbergen. Ook worden er meerdaagse reizen op de fiets aan geboden. Ter plekke fietsen huren kan ook. In het hele gebied zijn 25 themaroutes uitgezet over deelaspecten die kunnen lopen van kunst, natuur en vervoer tot mythen. Van de meeste bezienswaardigheden is ook weer een mooie folder of documentatie te krijgen.

Veel gebouwen zijn vrij toegankelijk; bijvoorbeeld het Industriepark Duisburg Nord. Dit oude Hoogoven-terrein is 24 uur open. In de oude opslagbunkers kan nu geklommen worden als er toezicht is. (Dat is er tamelijk veel want de werkloosheid hier is hoog. Tot zonsondergang (in april) waren er nog toezichthouders met klimmateriaal aanwezig). De hoogoven zelf is toegankelijk gemaakt met veilige trappen en is open tot in de top. Het uitzicht op de bunkers en overige gebouwen vanaf 90 meter boven de grond is fabelhaft! Zelfs deze schrijver met hoogtevrees durfde het aan. Het is alleen veel klimmen. ’s Avond wordt alles bovendien prachtig gekleurd verlicht.

Ophaalmachine Er wordt hier veel met licht gewerkt. Alles is ook erg groot. Op de meeste steenafvalbergen, Halde, is een Landmark geplaatst dat ’s nacht aangelicht word. Een van de meest spectaculaire is de Tetraëder in Bottrop. Een driekoek van 60 meter hoog met drie uitzichtplateaus is van kilometers ver al te zien. Het uitzicht bij helder weer bestrijkt het hele Ruhrgebied. Ook vrij toegankelijk, al zal hij bij zwaar weer waarschijnlijk wel afgesloten zijn. Het is een hele klim, want eerst moet je die berg nog op (65 m).

Een andere zeer bezienswaardige attractie is de Zeche (schacht) Zollverein in Essen. Deze moderne mijn uit de jaren 30 kan alleen met een (uitstekende) rondleiding bezocht worden. Maar dan kom je wel op het dak van de kolenwasserij terecht. Dit gebouw staat op de Unesco lijst van culturele erfgoederen. Een ondergronds bezoek kan hier niet. Dat kan wel in Bochum, in het Deutsches Bergbaumuseum. De omringende gebouwen werden geïnspireerd door het Bauhaus vormgegeven. In de oude persluchtfabriek zit een Grandcafé / Casino. Veel van de oude inrichting staat er nog in: compressieketels, dikke pilaren, leidingen. Ook bevindt zich in dit complex ook een vormgevingsinstituut met mooie tentoonstellingen.

Uiteraard werd veel vervoer over water gedaan. In het Rhein-Hernekanaal zijn nog oude Schiffshebewerken te bezichtigen waarmee schepen het hoogteverschil moesten overwinnen. Soms staan er 4 generaties inrichtingen zoals sluizen, liften enzovoort vlak bij elkaar. De afmetingen van al deze complexen zijn ook niet gering. Een parkeerprobleem doet zich nergens voor.
En overal zijn Arbeitersiedlungen gebouwd, woongebieden met vaak schitterende architectuur in een doordachte planologie. Onderscheid werd er vroeger ook gemaakt. De woningen voor opzichters waren groter en luxueuzer dan voor de gewone man. Het maakt zo’n wijk wel gevarieerd, maar soms kom je nog een echte grauwe woonwijk tegen. Overal zijn tuinparken met voormalige moestuinen waarin de mijnwerkers vroeger hun eigen groente moesten verbouwen, want zoveel verdienden ze nu ook weer niet. Ook Alfred Krupp legde zo’n wijk aan, Margarthehöhe. Een prachtige wijk met eigen voorzieningen. Let op al die verschillende voordeuren!

Ook aan jonge kinderen is gedacht. Speciaal voor hen is er een programma-aanbod dat alle terreinen beslaat en hen aanspreekt op hun eigen niveau. Lees dit alles in de folder” Abenteuer Industriekultur”.
Het beste kan men bij het Duits verkeersbureau alle folders bestellen die onder de noemer Der Pott Kocht worden uitgegeven. Met de pas ingestelde “Ruhrpottkarte”, een chipkaart, heeft men gratis toegang tot ongeveer 45 attracties en tot openbaar vervoer. Meer info op: www.ruhrpottcard.com

TIP: Openbaar vervoer in het Ruhrgebied is het mekka voor de liefhebber. In dit dichtbevolkte gebied rijden zoveel soorten treinen, bussen en trams dat alles zonder auto bereikbaar is. Een hele aparte sensatie.
De echte liefhebber verdiept zich even in de zone- en tariefstructuur en doet en zij voordeel mee.
De echte vervoersliefhebber gaat natuurlijk ook per bus of trein door naar Wuppertal om met de Schwebebahn, die meer dan 100 jaar oud is, een rit door het Wupperdal te maken. De liefhebber vindt hem natuurlijk prachtig, maar anderen vinden het een monster, deze Schwebebahn. In een tram hang je onder een omgekeerd V-constructie die in de 19e eeuw boven de loop van het riviertje de Wupper aangelegd is om snel grote massa’s mensen te vervoeren van en naar hun werk. Hier in dit nauwe dal zweef je soms over bedrijfsterreinen heen en kijk je gewoon naar binnen waar de aspirientjes geperst worden! En ook in het stadje Wuppertal is en museum voor moderne kunst.

Verblijven in de omgeving kan op allerlei manieren. Er zijn hotels en campings. En er is bed and breakfast. Dit laatste is zeker in de winter een aanrader. Je komt zo met plaatselijke cultuur in aanraking. En ga vooral in het plaatselijk café eten en geniet van de sfeer. De buurt eet er ook. De streekgerechten zijn lekker. Brood met ‘schmalz’, uitgebakken spekvet; sinds mijn jeugd in een mijnwerkersdorp had ik dat niet meer geproefd. Toen was het gewoon broodmaaltijd, nu een openingshapje. De mensen zijn hier erg open en aardig. Je komt er veel oude mannen tegen die weemoedig op een bankje naar de oude mijn zitten te kijken. Als je ze aanspreekt krijg je soms een heel verhaal over hoe het was te horen. Veel mensen hebben verwanten in Zuid-Limburg. Die grens stelde vroeger voor de streekbewoners niet zo veel voor als voor Hollanders.

Voor meer informatie is wende men zich tot het Duits verkeersbureau. Dat is open op werkdagen van 09.00-17.00 uur op 020-6978066. Ook kan men brochures en folders bestellen via e-mail: duitsland@d-z-t.com . De internetsite is www.duitsverkeersbureau.nl Bed and Breakfast infolijn: www.bed-and-breakfast.de

Je kunt hier dagen kwijt met rondkijken. En dan heb ik nog niets verteld over de rest van dat stukje land vlak over de grens.
Voor wie meer informatie wil heb ik ook nog een reisbeschrijving per openbaar vervoer van Nijmegen naar Schloss Moyland, een Middeleeuws waterslot met een eigenzinnige kunstverzameling en een prachtige tuin.

Er zijn in die regio nog meer interessante moderne kunst-musea: Münchengladbach, Dusseldorf, Kleve (in het voormalige Kurort met een prachtige Franse tuin) en Insel Hombroich, een oase van natuur en kunst. www.inselhombroich.de.
Op tal van plaatsen zijn overblijfselen van de Romeinse beschaving te vinden waaronder Xanten en niet te vergeten het nieuwe museum in Nijmegen.
Tenslotte is Kevelaar een beroemd bedevaartsoord. En even buiten Kalkar, waar mijn generatie ooit nog tegen de megalomane atoomcentrale in aanbouw heeft gedemonstreerd, is nu een pretpark in wording!
Tip: Reis-organisatie de Gouden Engel organiseert vanuit Nijmegen en Arnhem kunstdag-tochten naar veel van bovengenoemde plekken. Er gaat altijd een (kunst)historicus of kenner mee. Ze rijden elke 5 jaar ook op de Documenta van Kassel www.goudenengel.nl

Veel plezier.

©Els Bannenberg juni 2001.

Fietsroute door het Ruhrgebied: http://www.schwarzaufweiss.de/deutschland/ruhrpott1.htm
http://www.nrw-tourismus.de/pages/industrie_route_der_industriekultur.htm